Naar hoofdinhoud
1.. Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, artikel 20 lid 2 van de IOAW of artikel 20 lid 1 van de IOAZ wordt onverminderd artikel 2 een maatregel opgelegd op de volgende wijze: Verbale uitingen of gedragingen zoals schelden of bedreigingen in het algemeen: 20% van de bijstandsnorm of grondslag; Schade aan eigendommen of goederen in gebruik van de gemeente Houten: 30% van de bijstandsnorm of grondslag; Verbale gedragingen of bedreigingen gericht tegen de persoon: 50% van de bijstandsnorm of grondslag; Lichamelijk geweld, al dan niet met letsel tot gevolg hebbende, tegen het college of haar ambtenaren: 100% van de bijstandsnorm of grondslag. 2.. Het in het eerste lid bepaalde is tevens van toepassing in geval een uiting of gedraging gericht is tegen medewerkers werkzaam bij of goederen in gebruik bij het UWVWerkbedrijf, dan wel een derde door wie het college werkzaamheden als bedoeld in artikel 7, vierde lid van de WWB, artikel 34 lid 3 IOAW of artikel 34 lid 3 IOAZ laat verrichten. 3.. Het college houdt rekening met de ernst van het wangedrag, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende. 4.. Daarnaast kan, in aanvulling op het gestelde in het eerste lid door, of namens het college, aangifte worden gedaan bij de politie dan wel de toegang tot het gemeentehuis worden ontzegd. De duur van de ontzegging is gekoppeld aan de ernst van de gedraging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel