**1..** Het college vordert de kosten van bijstand, de kosten van de inkomensvoorziening of de uitkering boven een nader door het College te bepalen bedrag terug in de gevallen die in de artikelen 58 en 59 van de WWB, de artikelen 54 en 55 van de WIJ, de artikelen 25 en 26 van de IOAW en de artikelen 25 en 26 van de IOAZ zijn aangegeven, voor zover zich hier geen andere wettelijke regeling tegen verzet.
**2..** De kosten van bijstand, de kosten van de inkomensvoorziening of de uitkering onder het in het eerste lid bedoelde bedrag worden wel teruggevorderd indien de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 lid 1 van de WWB, artikel 44 lid 1 van de WIJ, artikel 13 lid 1 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ binnen een periode van twaalf maanden door de belanghebbende meer dan één keer niet is nagekomen.
**3..** Van terugvordering kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
**4..** Het college stelt nadere regels vast in welke situaties wordt afgezien van terugvordering, waaronder begrepen de regels ten aanzien van dringende redenen.
**5..** Het college stelt nadere regels vast over de terugvordering van de brutokosten van bijstand, brutokosten van de inkomensvoorziening, kosten van invordering en wettelijke rente.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3