De vergunninghouder moet de standplaats persoonlijk innemen.
Per persoon wordt niet meer dan één vaste standplaatsvergunning verleend voor maximaal twee dagen per week.
Per persoon wordt niet meer dan één seizoensstandplaats verleend.
Per persoon mag maximaal twaalf dagen per kalenderjaar een incidentele standplaats worden ingenomen.
Van de standplaats dient daadwerkelijk gebruik te worden gemaakt. Een uitzondering hierop vormt de koek- zopievergunning. Van een koek- en zopievergunning dient in ieder geval gebruik gemaakt te worden tijdens de officiële molentochten.
Bij ziekte of vakantie dient de standplaatshouder zich af te melden (telefonisch of schriftelijk) bij de gemeente.
Bij een vaste standplaats mag de vergunninghouder zich voor maximaal 8 weken per jaar afmelden.
Een standplaats mag worden ingenomen gedurende de tijden zoals opgenomen in de Winkeltijdenwet.
Vergunninghouders komen niet in aanmerking voor een terras.
De vergunninghouder ontruimt de standplaats, door het verwijderen van de verkoopinrichting van de standplaats, binnen een uur na het tijdstip waarop de verkoop of verstrekking wordt beëindigd
Hoofdstuk 2
Artikel 11
Overige criteria
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen ambulante handel Alblasserdam 2016