• - De vergunninghouder moet de standplaats persoonlijk innemen.
  • - Per persoon wordt niet meer dan één vaste standplaatsvergunning verleend voor maximaal twee dagen per week.
  • - Per persoon wordt niet meer dan één seizoensstandplaats verleend.
  • - Per persoon mag maximaal twaalf dagen per kalenderjaar een incidentele standplaats worden ingenomen.
  • - Van de standplaats dient daadwerkelijk gebruik te worden gemaakt. Een uitzondering hierop vormt de koek- zopievergunning. Van een koek- en zopievergunning dient in ieder geval gebruik gemaakt te worden tijdens de officiële molentochten.
  • - Bij ziekte of vakantie dient de standplaatshouder zich af te melden (telefonisch of schriftelijk) bij de gemeente.
  • - Bij een vaste standplaats mag de vergunninghouder zich voor maximaal 8 weken per jaar afmelden.
  • - Een standplaats mag worden ingenomen gedurende de tijden zoals opgenomen in de Winkeltijdenwet.
  • - Vergunninghouders komen niet in aanmerking voor een terras.
  • - De vergunninghouder ontruimt de standplaats, door het verwijderen van de verkoopinrichting van de standplaats, binnen een uur na het tijdstip waarop de verkoop of verstrekking wordt beëindigd