De termijn waarbinnen een aanvraag voor een standplaatsvergunning wordt ingediend is afhankelijk van het soort standplaatsvergunning dat wordt aangevraagd:
aanvragen voor vaste standplaatsen, incidentele standplaatsen en seizoensstandplaatsen worden op grond van artikel 1:2 APV uiterlijk 8 weken voor de datum waarop de aanvrager voornemens is de standplaats in te nemen ingediend. Deze vergunningen worden verleend volgens het principe publicatie en inschrijving;
aanvragen voor seizoensstandplaatsen voor de verkoop van oliebollen en kerstbomen worden ingediend voor 1 februari van het betreffende winterseizoen. Wanneer voor een locatie meerdere aanvragen binnenkomen vindt in de laatste week van februari een loting plaats. Indien na het verstrijken van de indieningstermijn nog aanvragen binnenkomen dan worden de eventueel overgebleven locaties toegewezen volgens het “wie het eerst komt, het eerst maalt”-principe. Hierbij geldt het stempel van binnenkomst. Voorkeuren kunnen worden gehonoreerd voor zover deze locatie nog beschikbaar is;
aanvragen voor koek- en zopiestandplaatsen worden ingediend tussen 1 september en
1 oktober van het betreffende winterseizoen. Ingeval dat voor een locatie meerdere aanvragen binnenkomen vindt voor 31 oktober een loting plaats. Indien na het verstrijken van de indieningstermijn nog aanvragen binnenkomen dan worden de eventueel overgebleven locaties toegewezen volgens het “wie het eerst komt, het eerst maalt”-principe. Hierbij geldt het stempel van binnenkomst. Voorkeuren kunnen worden gehonoreerd voor zover deze locatie nog beschikbaar is.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Indieningstermijnen
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen ambulante handel Alblasserdam 2016