Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Opdracht college

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Opsterland 2018

1.. Het college kan, bij het bepalen van de wijze waarop de ondersteuning bij participatie wordtvormgegeven, prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden enmaatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. 2.. Bij het aanbieden van ondersteuning zoals verwoord in lid 1 van dit artikel, heeft het collegeaandacht voor een evenwichtige aanpak van groepen personen als bedoeld in artikel 7, lid 1,onder a, van de wet. 3.. Het college biedt aan personen ondersteuning bij participatie voor zover deze ondersteuningdoor het college noodzakelijk wordt geacht. 4.. Het college maakt een afweging van de individuele mogelijkheden en capaciteiten van eenpersoon, teneinde de ondersteuning van de persoon zodanig vorm te kunnen geven dat debeoogde mate van participatie zo doelmatig mogelijk wordt gerealiseerd. 5.. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningenrekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. Deomstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en demogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruikmaakt van devoorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.. 6.. Het college zendt jaarlijks voor 1 juni aan de gemeenteraad een verslag over dedoeltreffendheid van het beleid. 7.. In geval van een nugger kan het college: een eigen bijdrage instellen of nadere voorwaarden vaststellen, waarbij een inkomens- of vermogensgrens kan wordengehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel