1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij bij de aanvang van het parkeren de parkeerapparatuur in werking is gesteld.
2. De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.
Artikel 5
Ontstaan van de belastingschuld
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2018