Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Herzien, beëindigen of intrekken van een maatwerkvoorziening of pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2018

1.. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel beëindigen of intrekken als het college vaststelt dat: a.. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b.. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c.. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d.. de cliënt langer dan acht weken in een kalenderjaar, verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e.. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden; f.. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 2.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maandenna toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 3.. Als het college een beslissing op grond van artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4.. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening of pgb voor deze voorziening worden teruggevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel