Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6

Artikel 3.15

Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik

Onderdeel van Verordening van de raad van Amsterdam regelende de zorg voor jeugd (Verordening op de Zorg voor de jeugd Amsterdam 2018)

1. . Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. . Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening, ten aanzien van de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening. 3. . Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. 4. . Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen in natura en Pgb met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.

Rechtspraak bij dit artikel