**1..** Het dagelijks bestuur schrijft, buiten de recesperiodes van de raad, elke maand minstens twee vergaderingen uit waarin de stadsdeelcommissie met het dagelijks bestuur overlegt. Het is aan de stadsdeelcommissie om te bepalen of de aanwezigheid van de leden van het dagelijks bestuur bij deze vergaderingen noodzakelijk is.
**2..** De voorzitter van de stadsdeelcommissie zit de overlegvergaderingen tussen de stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur voor. De voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur nemen, als zij op verzoek van de stadsdeelcommissie aanwezig zijn, aan de beraadslaging deel.
**3..** Tijdens de vergaderingen worden de adviezen vastgesteld die het dagelijks bestuur op grond van artikel 19, eerste lid heeft gevraagd.
**4..** Voor de vergaderingen worden daarnaast de volgende onderwerpen geagendeerd:
de adviezen die het dagelijks bestuur op grond van artikel 19, eerste en tweede lid heeft gevraagd en die nog in voorbereiding zijn;
de onderwerpen die op grond van artikel 30, eerste lid, onder b op initiatief van de stadsdeelcommissie op de agenda zijn geplaatst.
**5..** De vergaderingen zijn openbaar en vinden plaats op het stadsdeelkantoor of een andere door de stadsdeelcommissie gekozen voor publiek toegankelijk plek binnen het stadsdeel.
**6..** Op de vergaderingen is artikel 19 en 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeelcommissie’ en ‘voorzitter van de stadsdeelcommissie’.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2
Artikel 32: