Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2

Artikel 42:

waarneming voorzitter en dagelijks bestuur bestuurscommissies

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent het lokaal bestuur in Amsterdam (Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam)

1.. Degenen die op grond van de verordening op de bestuurscommissies waren benoemd als de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissies treden tot het moment dat de leden van dagelijks bestuur op grond van artikel 4, eerste lid worden benoemd als waarnemers op. Als de waarnemers ontslag nemen of worden ontslagen, kan het college een vervanger benoemen. 2.. Over de periode van 21 maart 2018 tot op het moment dat de leden van het dagelijks bestuur op grond van artikel 4, eerste lid worden benoemd, worden de taken en bevoegdheden die op grond van deze verordening aan het dagelijks bestuur worden opgedragen, opgedragen aan de waarnemers en hun eventuele vervangers. Zij nemen gedurende deze periode geen beslissingen, als genoemd onder punt 3 in de Algemene bepalingen en beperkingen in Bijlage 3 bij deze verordening (het bevoegdhedenregister). 3.. De waarnemers en hun eventuele vervangers kunnen voor de taken en bevoegdheden ondermandaat verlenen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 4.. Gedurende de in het tweede lid genoemde periode, blijft voor de bezoldiging van de waarnemers de verordening voorzieningen bestuurscommissieleden van toepassing zoals die op 20 maart 2018 gold.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel