Op een lid van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘wethouder’ wordt gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’ en waarbij in het tweede lid van artikel 36a, 41b en 41 c voor ‘raad’ wordt gelezen: ‘college’.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1
Artikel 3: