Volgens artikel 2.3.6 lid 2 Wmo 2015 moet het college een pgb verstrekken als:
de cliënt in staat is om de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen zelf in te kopen;Het is voldoende dat de cliënt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen kan inkopen met behulp van zijn sociale netwerk. Dit kunnen bijvoorbeeld de ouders van een minderjarige zijn, een buurman, een voogd etc. Ook de vertegenwoordiger van de cliënt (curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde) die misschien niet tot het sociale netwerk van de cliënt behoort, kan de cliënt ondersteunen bij het verantwoord inkopen van de diensten hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere voorzieningen. De cliënt hoeft hier dus niet alleen toe in staat te zijn.
de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij een pgb wenst;Met deze eis wordt duidelijk dat het de beslissing is van de cliënt om een pgb aan te vragen.
de dienst, hulpmiddel, woningaanpassing en/of andere maatregel veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Het college moet bij het verzoek van de cliënt om een pgb beoordelen of degene die de ondersteuning biedt, dat veilig, doeltreffend en cliëntgericht doet.
Hoofdstuk
Artikel 12.
Voorwaarden pgb
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Tytsjerksteradiel 2018