Deze bepaling is een uitwerking van de wet , waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval regels worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb, en van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.
Het tweede, derde en vijfde lid bevatten een herhaling van wat al in de wet is opgenomen . Het overnemen van deze wettekst in de verordening heeft als doel een compleet beeld te geven van de regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb, en van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.
Het vierde lid is een ‘kan’-bepaling. Een pgb wordt verstrekt met de bedoeling dat hiermee een voorziening wordt getroffen. Als binnen zes maanden na de beslissing tot het verstrekken van het pgb nog geen voorziening is getroffen, dan heeft het college de bevoegdheid om de beslissing geheel of gedeeltelijk in te trekken. Deze bepaling is te zien als een verbijzondering van de bepaling in het derde lid, onder e. Zie in dit verband ook artikel 14, derde lid, onder b van deze verordening.
In de wet zijn regels voor het verhaal van kosten opgenomen en is de bevoegdheid aan het college gegeven tot het terugvorderen van een ten onrechte verstrekte maatwerkvoorziening of pgb. In het vijfde en zesde lid zijn bepalingen opgenomen die het college de bevoegdheid geven tot terugvordering van in eigendom en in bruikleen verstrekte voorzieningen.
Hoofdstuk
Artikel 17.
Voorkoming en bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Tytsjerksteradiel 2018