In deze verordening wordt verstaan onder:
a. college: het college van burgemeester en wethouders
b. eigenaar:
onder eigenaar wordt mede verstaan:
o de economisch-eigenaar;
o de erfpachter;
o de vruchtgebruiker
c. herbestemmingsonderzoek:
cultuurhistorisch onderzoek in het kader van herbestemmingsopgaven, zoals bedoeld in art. 5 van deze verordening: herbestemmingsonderzoek.
Het onderzoek richt zich in eerste instantie op het op vinden van een passende nieuwe bestemming. Daarbij wordt betrokken: een onderzoek naar de bouwtechnische gebreken, en inzicht in de kosten van de herstelwerkzaamheden die noodzakelijk zijn om het monument in een goede bouwtechnische staat te brengen.
d. kunstwerken:
kunstwerken met hoge monumentale waarde, die gelijktijdig of in relatie met het gebouw tot stand zijn gekomen, zoals wandkunst, tegeltableaus, wandschilderingen, mozaïeken, glas-in-loodvoorstellingen en andere bij het gebouw behorende objecten, die door Monumenten en Archeologie worden aangemerkt als historisch waardevol
e. monument:
een rijksmonument: pand dat is opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in art. 3.3 van de Erfgoedwet;
een gemeentelijk monument: pand dat is opgenomen in de
monumentenlijst zoals bedoeld in art. 1 van de Erfgoedverordening 2015
f. monumentale gebouwen, complexen en gebieden:
aangewezen monumenten en/of gebouwen/complexen en/of gebieden;
terreinen van archeologische betekenis, hoge archeologische waarde en/of beschermde archeologische monumenten;
gebouwen/complexen of gebieden die als monument geselecteerd zijn in het kader van het Monumenten Selectie Project, het Gemeentelijk Monumenten Project, de rijks en gemeentelijke top 100 na-oorlogse bouwkunst, maar nog niet zijn aangewezen;
karakteristieke beeldbepalende panden en panden gewaardeerd als “orde 2” zoals opgenomen op de Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht van stadsdeel Centrum, behorende bij de welstandsnota
g. noodherstel:
het treffen van voorzieningen aan een monument, noodzakelijk om het voortbestaan van het pand te waarborgen in de periode die vooraf gaat aan de restauratie
h. onderhoudsplan:
een door het college goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 6 jaar nodig worden geacht, teneinde het kwaliteitsniveau dat met de uitvoering van een restauratie wordt bereikt te handhaven
i. restauratie:
herstelwerkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van onderdelen van een monument en die het normale onderhoud te boven gaan
j. restaurerende instelling:
privaatrechtelijke rechtspersonen, die aantoonbaar zonder winstoogmerk uitsluitend de instandhouding van monumenten tot doel hebben en van wie de statuten door het college als zodanig zijn goedgekeurd
k. stedelijke vernieuwing:
de fysieke, economische en sociale aanpak van het nieuwe stedenbeleid gericht op de kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad en de leefomgeving, waaronder ook het maatschappelijke vastgoed valt
l. subsidiabele kosten:
kosten die noodzakelijk zijn om de onderdelen van een monument, beeldbepalend pand of object in de openbare ruimte, die monumentale of beeldbepalende waarden bezitten, op sobere en doelmatige wijze te onderzoeken, herstellen of te conserveren
m. toegelaten instelling:
een toegelaten instelling als bedoeld in art. 70, lid 1, van de Woningwet, werkzaam in de gemeente Amsterdam
n. werkingssfeer van het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV): het gehele gemeentelijke grondgebied.
Artikel 1