Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget

Onderdeel van Verordening Wet inburgering

1.. Het college behandelt het schriftelijke verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget. Onderstaande items worden bij de overweging om een PIB als voorziening aan te bieden, meegenomen: a.. De inburgeringsplichtige die hele specifieke wensen heeft ten aanzien van een inburgeringsvoorziening en die niet passend zijn (te maken) binnen de reguliere trajecten van de gemeente; b.. De inburgeringsplichtige dient op alle onderdelen (spreken, luisteren, schrijven en lezen) minimaal niveau A1 te hebben om in aanmerking te komen voor een PIB traject; c.. De motivatie van de inburgeringsplichtige om een PIB traject te volgen, de noodzaak en de redelijkheid wordt door de casemanager beoordeeld; d.. De inburgeringsplichtige mag niet in een ander gemeentelijk inburgeringstraject zitten; e.. De inburgeringsplichtige krijgt 2 maanden de tijd om op zoek te gaan naar een inburgeringsbedrijf dat past bij zijn voorkeur en ambities. f.. De begeleiding van de inburgeringsplichtige bij vormgeving van zijn inburgering en de keuze van een inburgeringbedrijf zal door de casemanager gebeuren. 2.. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: Het inburgeringsbedrijf is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; Het inburgeringsbedrijf beschikt over aantoonbare evaring en deskundigheid op het gebied van inburgeringsprogramma’s; Het inburgeringsbedrijf zorgt ieder kwartaal voor een voortgangsrapportage; Het inburgeringsbedrijf zorgt voor een op maat geschreven trajectplan; Het traject dient een duaal karakter te hebben. Er is sprake van een duaal inburgeringstraject als het leren van de taal en het participeren gelijktijdig en in samenhang plaatsvindt, waarbij het van belang is dat de vorm van participatie relevant is voor de deelnemer. De maximale doorlooptijd van het traject bedraagt 19 maanden. Een traject kan niet worden verlengd. 3.. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening: naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: Het inburgeringsbedrijf is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; Het inburgeringsbedrijf beschikt over aantoonbare evaring en deskundigheid op het gebied van inburgeringsprogramma’s; Het inburgeringsbedrijf zorgt ieder kwartaal voor een voortgangsrapportage; Het inburgeringsbedrijf zorgt voor een op maat geschreven trajectplan. De maximale doorlooptijd van het traject bedraagt 24 maanden. Een traject kan niet worden verlengd. 4.. Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluiten het college en de inburgeringsplichtige een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel