Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 8.

Voorwaarden en weigeringsgronden voor maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening Wmo en Jeugdhulp 2018 gemeente Midden-Drenthe

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld. 2.. Het college weigert een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie als: de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Midden-Drenthe; de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt naar het oordeel van het college redelijkerwijs vermijdbaar was; de voorziening voorzienbaar was, en naar het oordeel van het college van de cliënt redelijkerwijs verwacht kon worden dat hij zelf maatregelen had getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 3.. Het college verstrekt geen woonvoorziening: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, woonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. 4.. Een collectieve maatwerkvoorziening gaat voor op een individuele maatwerkvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel