**1..** Geen recht op bijstand heeft de jongere die een aanvraag voor bijstand indient bij het college op grond van de Participatiewet, indien de jongere geacht wordt rijksgefinancierd onderwijs te kunnen volgen en aanspraak kan maken op WSF of WTOS.
**2..** De jongere als bedoeld in het eerste lid wordt geacht rijksgefinancierd onderwijs te kunnen volgen, indien:
de jongere geen startkwalificatie heeft en naar het oordeel van het college op basis van objectieve toetsing leerbaar en schoolbaar is, en van ten minste één rijksgefinancierde onderwijsinstelling een passend onderwijsaanbod kan krijgen;
de jongere een startkwalificatie heeft op MBO2-niveau en naar het oordeel van het college op basis van objectieve toetsing leerbaar en schoolbaar is, en van ten minste één rijksgefinancierde onderwijsinstelling een passend onderwijsaanbod kan krijgen;
de jongere een startkwalificatie heeft op Havo- of VWO-niveau, maar nog niet in het bezit is van een beroepskwalificatie op het niveau van een afgeronde MBO3-, HBO- of universitaire opleiding.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2:1
Geen recht op bijstand
Onderdeel van Beleidsregel scholing als voorliggende voorziening voor bijstand Den Haag 2018