Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 11

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2018

1.. Een cliënt met een beperking kan voor een woningaanpassing in aanmerking komen indien een verhuizing naar een adequate of makkelijker aan te passen woning niet te realiseren of niet de goedkoopst adequate oplossing is en ook een algemene voorziening geen oplossing kan bieden. Hierbij dient de cliënt van de voorziening afhankelijk te zijn voor het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen. 2.. Bij een woningaanpassing gaat het om de belemmeringen in en rond de woning te verminderen of op te heffen. Voor het bereiken van de private woning wordt gesteld dat voor aanpassing in aanmerking komt maximaal 20 vierkante meter verhard pad tussen de openbare weg en de toegang van de woning die gebruikt wordt. Het gebruik van een hobby-, werk- of recreatieruimte valt niet onder de compensatieplicht van de gemeente. Evenmin is het de bedoeling dat vanuit professionele oppas of verzorgingsoogpunt dan wel vanuit therapeutisch oogpunt hulpmiddelen en/of voorzieningen worden aangebracht of dat er belemmeringen worden opgeworpen. Hulpmiddelen ten behoeve van professionele verzorging zijn uitgesloten. 3.. Bij een woonvoorziening dient nagegaan te worden wat voor de cliënt de essentiële woonruimten zijn. Onder essentiële woonruimte wordt verstaan: een slaapgelegenheid die bereikt en gebruikt kan worden; een toiletgelegenheid die bereikt en gebruikt kan worden; een natte cel die gebruikt en bereikt kan worden; een kookgelegenheid/keuken die gebruikt en bereikt kan worden; een woonkamer die gebruikt en bereikt kan worden; één toegang tot de woning die gebruikt en bereikt kan worden. 4.. Bij het bepalen of een cliënt met een beperking al dan niet in aanmerking komt voor een woonvoorziening en bij het selecteren van een noodzakelijke voorziening spelen de volgende factoren een rol: ernst en omvang van de beperkingen; het ziekteverloop/de prognose; de noodzaak van de voorziening(en); de intensiteit van het gebruik van de voorziening(en); bouwkundige situatie; de aanwezigheid van alternatieve oplossingen. 5.. Een aanbouw of een losse woonunit wordt alleen overwogen als essentiële woonruimtes niet op een andere manier bereikbaar kunnen worden gemaakt (verhuizing heeft het primaat). 6.. Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassingen wordt aangesloten bij de eisen zoals deze in het bouwbesluit zijn geformuleerd.

Rechtspraak bij dit artikel