Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 25

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2018

1.. Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a.. de cliënt een psychiatrische aandoening heeft; en b.. de cliënt 18 jaar of ouder is; en c.. de cliënt door zijn beperkingen niet zelfstandig kan leven en een mogelijk gevaar voor zichzelf en anderen vormt als gevolg van de psychiatrische aandoening; en d.. er sprake is van regiobinding; en e.. de cliënt niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen kunnen opheffen; en f.. dak- en thuislozenopvang of klinische behandeling niet voorliggend is en cliënt niet voldoet aan de criteria voor de Wlz. 2.. Het mogelijke gevaar voor de cliënt of voor anderen, zoals benoemd in lid 1, ad c van dit artikel, ontstaat omdat: -. de cliënt niet in staat is een adequaat oordeel te vormen in het dagelijkse bestaan. Deze cliënt heeft vaak regieproblemen; en/of -. de cliënt vaardigheden of remmingen mist om zich staande te houden in een zelfstandige woonomgeving; -. de cliënt overziet de consequenties van het eigen handelen niet; -. de cliënt op relevante momenten niet in staat is om hulp in te roepen. 3.. Wanneer niet direct een plaats beschermd wonen beschikbaar is, wordt aan de cliënt passende overbruggingszorg geboden.

Rechtspraak bij dit artikel