Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2018

1.. Ondersteuning bij het voeren van een huishouden omvat: Schoonmaakondersteuning en signalering gericht op het schoon en leefbaar maken van het huis; Praktische thuisondersteuning gericht op het structureren en op orde houden van het eigen huishouden. 2.. Bij het schoon en leefbaar maken van het huis, houdt schoon in dat de woning van de cliënt zodanig schoon moet zijn dat hij niet vervuilt. Het begrip leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. 3.. Een gestructureerd huishouden is een huishouden waarin: De cliënt en zijn huisgenoten gebruik kunnen maken van een opgeruimde en functionele huiskamer, entree/gang, slaapvertrek, keuken en douche/toilet; Sprake is van een dagritme (opstaan, eten, drinken, plannen van taken, afspraken nakomen) dat past bij het huishouden; Post wordt geopend en rekeningen op tijd worden betaald. 4.. Schoonmaakondersteuning en signalering is noodzakelijk wanneer een cliënt beperkingen ondervindt bij het verrichten van de huishoudelijke taken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat mensen in staat zijn zelf structuur aan te brengen in hun huishouden en zaken te regelen. 5.. Praktische thuisondersteuning is noodzakelijk wanneer een cliënt beperkt is bij het voeren van regie op het eigen huishouden. Met de ondersteuning wordt de cliënt in staat gesteld om de regie daar waar mogelijke (deels) zelf en/of met zijn directe leefomgeving op te pakken.

Rechtspraak bij dit artikel