**1..** Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening {verhuis- en herinrichtingskosten, (niet) bouwkundige of (niet) woontechnische woonvoorziening} in aanmerking komen:
**a..** indien de wachttijd, waarbij de wachttijd ingaat op het moment dat er een indicatie-advies beschikbaar is, korter is dan zes maanden en:
de aanpassingskosten lager zijn dan € 2.975,40 dan heeft de gehandicapte een keuze tussen de woonvoorzieningen zoals in de kop van dit artikel genoemd;
de aanpassingskosten hoger zijn dan € 2.975,40 dan wordt een vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten toegepast. De gehandicapte dient in deze situatie te verhuizen;
**b..** indien de wachttijd, waarbij de wachttijd ingaat op het moment dat er een indicatie-advies beschikbaar is, langer is dan zes maanden en:
de aanpassingskosten lager zijn dan € 2.975,40 wordt de woonruimte aangepast;
de aanpassingskosten hoger zijn dan € 2.975,40 dan kan de woonruimte na overleg met en toestemming van burgemeester en wethouders worden aangepast;
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het gestelde in lid 1 bepalen dat, indien de geraamde kosten van een noodzakelijke woningaanpassing lager zijn dan € 2.975,40 aan aanpassingskosten verhuizing naar een aangepaste woning toch als meest adequate voorziening geldt indien de verwachte ontwikkeling van de handicap, op grond van een verkregen advies, progressief moet worden genoemd waardoor de aanpassingskosten binnen afzienbare tijd het vastgestelde bedrag zullen overstijgen.
**3..** Indien de gehandicapte op grond van het gestelde in artikel 1 en 2 moet verhuizen maar dit weigert, zullen de vastgestelde verhuis- en herinrichtingskosten vermeerderd met het gemeentelijk aandeel van de aanpassingskosten, die in de beschikbare woning zouden moeten worden gepleegd, worden vergoed, onder voorwaarde dat de huidige woning overeenkomstig het advies wordt aangepast.
Hoofdstuk 5.
Artikel 13.
Het primaat van de verhuizing
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2015-2