De Bibob-toets zal in beginsel niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties, toegelaten woning(bouw)corporaties (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning) en door het College van B&W bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers.
Echter, als blijkt dat vanuit eigen informatie of vanuit informatie van een of meerdere partners (politie, OM, Belastingdienst, het Riec etc.) er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet, kan er alsnog over worden gegaan tot een bibob-toets.
Hoofdstuk 2:
Artikel 4: