Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuursorgaan informeert betrokkene/partij schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Bureau. Betrokkene/partij wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 31 van de wet. Een afschrift van deze brief wordt gevoegd bij het adviesverzoek aan het Bureau. 2.. In geval een van het Bureau ontvangen adviesverzoek leidt tot het voornemen om een gevraagde beschikking te weigeren, een eerder verleende beschikking in te trekken, een overeenkomst niet aan te gaan of een overeenkomst te beëindigen wordt aan betrokkene/partij een kopie van het adviesrapport ter hand gesteld. Een kopie van het adviesrapport zal tevens ter hand worden gesteld indien het bestuursorgaan het voornemen heeft om aan de beschikking of overeenkomst voorwaarden te verbinden. Betrokkene/partij wordt daarbij door het bestuursorgaan gewezen op zijn geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de Wet Bibob. 3.. Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt op grond van artikel 31 van de Wet Bibob, de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door het Bureau in behandeling wordt genomen en eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de termijn, zoals genoemd in artikel 15 lid 1 van de Wet Bibob. 4.. Indien het Bureau het advies niet binnen de in lid 1 gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel 15, derde lid van de wet, de termijn te verlengen. Deze verlenging bedraagt niet meer dan de termijn, genoemd in artikel 15 lid 3 van de wet. 5.. De verlenging van de adviestermijn van het Bureau, alsmede eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau in gevallen als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de wet, leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel