De gemeente kan gebruikmaken van de in artikel 13 genoemde screeningsmiddelen bij principeverzoeken voor een omgevingsvergunning of planologische medewerking. Indien de betrokkene geen of onvoldoende medewerking verleend aan de screening, kan de gemeente ervoor kiezen het principeverzoek niet in behandeling te nemen. Bij de daadwerkelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning, zal deze weigering om voldoende mee te werken leiden tot het instellen van een bibob-onderzoek.
Indien uit de screening vermoedens blijken van niet integer handelen, leidt dit er in beginsel toe dat het principeverzoek niet verder in behandeling wordt genomen.