In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
cultuur: alle uitingen en bronnen op het gebied van de podiumkunsten (muziek, theater en dans), de beeldende kunsten, de film, de audiovisuele media, het bibliotheekwerk, het cultureel erfgoed (musea, monumentale gebouwen en gebieden, archeologisch landschap en historische geografie, archieven), de amateurkunst en de kunst- en cultuureducatie;
cultuureducatie: alle vormen van educatie, waarbij cultuur als doel of als middel wordt ingezet;
cultuuronderwijs: onderwijs dat cultuur (wat mensen doen en maken) centraal stelt en dat het vermogen van leerlingen ontwikkelt om te reflecteren op cultuur. Om de vraag te kunnen beantwoorden of er sprake is van cultuuronderwijs moet worden nagegaan op welk onderwerp wordt gereflecteerd en of dat onderwerp een vorm van cultuur is. Bij cultuuronderwijs is cultuureducatie volledig geïntegreerd in het curriculum van de school;
doorgaande leerlijn: de uitwerking per leerjaar van wat een kind aan het eind van het jaar moet kennen en kunnen. Deze uitwerking is gebaseerd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie, zoals vastgesteld in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO, en geeft daarnaast zicht op de plaats van cultuur binnen andere vakken, de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs, tussen voorschoolse en schoolse periode en de aansluiting tussen het binnenschoolse en het buitenschoolse leren. Het doorgaande aan ‘de doorgaande leerlijn cultuuronderwijs’ is dat de leerervaringen cumulatief zijn en dus op elkaar voortbouwen;
culturele organisatie: een organisatie of een persoon die op professioneel niveau een activiteit verzorgt die gericht is op cultuuronderwijs;
creatief partnerschap: samenwerking tussen scholen, tussen voorschoolse en schoolse voorzieningen en culturele organisaties gebaseerd op wederkerigheid, intensiteit en duurzaamheid;
kerndoelen: leerdoelen die aangeven wat de leerlingen moeten leren binnen de diverse leergebieden;
subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidie voor culturele projecten en activiteiten;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe;
scholen: de in de gemeente Midden-Drenthe aanwezige schoolgebouwen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs;
kindcentra: de in de gemeente Midden-Drenthe aanwezige kindcentra dan wel, voor zover er geen kindcentra zijn, de in de gemeente Midden-Drenthe aanwezige peuterspeelzalen en voorzieningen voor kinderopvang.
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Beleidsregels subsidiëring cultuuronderwijs Midden-Drenthe