Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 20.

Uitvoeren beslissing

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Borger-Odoorn 2017

1.. Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 19, eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de artikelen 13, 14 en 15, is daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van de termijn, bedoeld in artikel 14, tweede lid, eerste volzin, een termijn van drie weken geldt. 2.. Het college deelt in de beslissing waarbij een vergoeding is toegewezen, mede binnen welke termijn een bouwopdracht of koop-, huur- of erfpachtovereenkomst afgesloten moet zijn. De aanvrager geeft binnen deze termijn een bouwopdracht of sluit een koop- huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij binnen twee weken vanaf datum ondertekenen overeenkomst een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan. 3.. De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk vier weken voor het verstrijken van deze datum een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot verlenging van de termijn heeft ingediend bij het college. 4.. Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op bekostiging op totdat het college op het verzoek heeft beslist. Indien het college het verzoek inwilligt, noemt het college een nieuwe datum waarop de aanspraak op bekostiging vervalt. Indien het college het verzoek afwijst, geldt als vervaldatum de datum van het besluit op het verzoek om uitstel van de vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet voor de oorspronkelijke vervaldatum kan liggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel