Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Omvang van het persoonsgebonden budget bij koop en huur van hulpmiddelen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Leiderdorp 2018

Lid 1. Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksperiode, ten hoogste: SOORT VOORZIENING Aanschaf, verzekering en onderhoud hele periode Handbewogen rolstoel voor continu gebruik € 3.000,- Handbewogen rolstoel voor incidenteel/kortdurend gebruik € 525,- Handbewogen rolstoel voor (semi-)permanent/algemeen gebruik € 1.850,- Handbewogen rolstoel voor actief gebruik € 3.200,- Handbewogen kinderrolstoel voor (semi) permanent/actief gebruik € 2.600,- Handbewogen kinderrolstoel voor permanent gebruik € 3.600,- Elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair binnen, maar ook om het huis € 9.000,- Elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair buiten, maar ook binnenshuis € 11.000,- Elektrische kinderrolstoel € 12.000,- Scootmobiel voor gebruik in de woonomgeving (8 km/uur) € 2.675,- Scootmobiel voor gebruik in de woonomgeving (10 km/uur) € 3.400,- Scootmobiel voor langere afstanden en intensief gebruik (15 km/uur) € 4.200,- Lid 2. Indien de inwoner het persoonsgebonden budget aanwendt voor het huren van een hulpmiddel ontvangt hij per kalenderjaar het in het eerste lid genoemde totaalbedrag, gedeeld door het aantal gebruiksjaren (voor een hulpmiddel 7). Lid 3. De restwaarde van het hulpmiddel wordt als volgt bepaald: Bij verhuizing of overlijden of niet meer adequaat zijn van de voorziening Restwaarde als percentage van het verstrekte aanschafgedeelte van het persoonsgebonden budget Eerste jaar 60% Tweede jaar 50% Derde jaar 40% Vierde jaar 30% Vijfde jaar 20% Zesde jaar 10% Zevende jaar 0%

Rechtspraak bij dit artikel