**1..** Aan de zelfstandig wonende alleenstaande, jonger dan 21 jaar, of aan de zelfstandig wonende alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar met zijn ten laste komende kinderen, of aan het gezin, waarvan beide partners jonger zijn dan 21 jaar of waarvan één van de partners jonger is dan 21 jaar, wordt op grond van artikel 12 van de wet een toeslag verstrekt voor de noodzakelijke extra kosten van het zelfstandig wonen tot het niveau van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor een 21-jarige.
**2..** De noodzaak van het zelfstandig wonen en het niet te gelde maken van het onderhoudsrecht, zoals bedoeld in artikel 12 van de wet, wordt aangenomen indien:
de belanghebbende gedurende een periode langer dan 12 maanden voorafgaande aan de aanvraag niet in gezinsverband met zijn ouders heeft gewoond;
de belanghebbende met een partner en/of kind een gezin vormt;
er sprake is van een ernstig verstoorde relatie tussen de belanghebbende en zijn ouders;
beide ouders zijn overleden of in het buitenland wonen;
één van de ouders is overleden en de andere ouder in het buitenland woont.
**3..** De bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt waar mogelijk, op grond van paragraaf 6.5 van de wet verhaald.
Hoofdstuk 2
Artikel 4