**1..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
de wet: de Participatiewet;
inkomen: het totale netto inkomen van de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin als bedoeld in de artikel 31 en de artikelen 32 en 33 van de wet; voor zelfstandig ondernemers geldt voor het inkomen uit onderneming het inkomen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet.Een eigen woning die door de aanvrager en zijn gezin zelf wordt bewoond, wordt niet tot het vermogen gerekend voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd;
bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in de artikelen 20 tot en met 24 van de wet, inclusief de verlaging van de norm op grond van artikel 27 of 28 van de wet.Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt artikel 22a. van de wet (kostendelersnorm) buiten beschouwing gelaten. In het geval dat op de aanvrager de kostendelersnorm (artikel 22a van de wet) van toepassing is of zou zijn, wordt bij de bepaling van de draagkracht de bijstandsnorm gehanteerd die van toepassing zou zijn als er geen sprake was van een kostendelersnorm. Uitsluitend voor de toepassing van deze beleidsregels wordt de bijstandsnorm van een alleenstaande ouder gesteld op 90% van de bijstandsnorm voor een gezin.
maatschappelijke participatie: het deelnemen aan sportieve, sociaal-culturele en/of educatieve activiteiten, bij voorkeur in verenigings- of groepsverband.
het gezin: het gezin als omschreven in artikel 4 eerste lid sub c van de wet.
**2..** De begripsbepalingen van de wet en de overige in de wet opgenomen en daaruit voortvloeiende bepalingen zijn van toepassing.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen 2018