**1..** Recht op een tegemoetkoming op grond van dit hoofdstuk bestaat voor de alleenstaande, alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin:
met een inkomen tot maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm, en;
zonder vermogen als bedoeld in artikel 1c van deze beleidsregels.
**2..** Bij de vaststelling van het in het eerste lid onder a bedoelde inkomen wordt de eigen bijdrage voor de kosten van formele kinderopvang, op het inkomen in mindering gebracht.
**3..** Bij de vaststelling van het recht op minimaregelingen wordt de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet buiten beschouwing gelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Algemene bepalingen Minimaregelingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen 2018