Naar hoofdinhoud
1.. Aan het einde van iedere commissievergadering is er een rondvraag, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat de rondvraag op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip de rondvraag eindigt. 2.. Commissieleden die tijdens de rondvraag vragen wil stellen, melden dit bij voorkeur onder aanduiding van het onderwerp (en bij voorkeur ten minste 24 uur voor aanvang van de rondvraag) bij de voorzitter. 3.. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld. 4.. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige commissieleden. 5.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere commissieleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8.. Tijdens de rondvraag worden geen interrupties toegelaten. 9.. De griffier brengt de vragen (of de aanduiding van het onderwerp) zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige commissieleden en het college.

Rechtspraak bij dit artikel