Naar hoofdinhoud
Indien een aanvrager de beschikking heeft over een netto inkomen dat meer bedraagt dan de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, kan het deel van het inkomen boven de bijstandsnorm, de zogenaamde draagkracht, geheel of gedeeltelijk worden aangewend voor eventuele bijzondere kosten. Bij de bepaling van de van toepassing zijnde bijstandsnorm is uitgegaan de Participatiewet, alsmede de gemeentelijke Verordening toeslagen en verlagingen van toepassing. Bij het in aanmerking nemen van het inkomen boven bijstandsniveau moet bedacht worden, dat bij meerdere regelingen dit deel van het inkomen een rol speelt. Te denken valt onder meer aan de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderopvang, de Wet op de rechtsbijstand, kwijtschelding van zowel rijksbelastingen als gemeentelijke belastingen, de eigen bijdragen op grond van de Wmo. Bedraagt het inkomen meer dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, dan wordt 35% van dat meerinkomen als draagkracht in aanmerking genomen. Bij de bepaling van de draagkracht wordt een deel van een aanvullende particuliere oudedagsvoorziening voor aanvragers van 65 jaar of ouder (op grond van artikel 33, lid 5, PW) vrijgelaten. Met deze vrijlating wordt het bedrag van de door belanghebbende maandelijks ontvangen particuliere oudedagsvoorziening verminderd voor de berekening van de draagkracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel