De CRvB wijst – met betrekking tot het begrip inkomen in de wettelijke bepalingen over de vaststelling van de draagkracht in het kader van de bijzondere bijstand – op het bepaalde in artikel 42 Abw en oordeelt dat belanghebbende niet beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over zijn inkomen voorzover daarop executoriaal beslag is gelegd. Volgens de CRvB kan belanghebbende dat inkomensdeel immers niet feitelijk besteden, is hij ter zake niet beschikkingsbevoegd noch kan hij zijn werkgeefster aanspreken om, in weerwil van het gelegde beslag, bedoeld inkomensdeel aan hem uit te betalen. Het bepaalde in artikel 15 Abw doet naar het oordeel van CRvB hieraan niet af.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9