Naar hoofdinhoud
Als een minderjarig kind uit huis wordt geplaatst, is de ouder een onderhoudsbijdrage schuldig. Deze onderhoudsbijdrage wordt geïnd door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Indien het uit huis geplaatste kind nog gezien kan worden als een ten laste komend kind van belanghebbende, kan het college in bijzondere gevallen bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van deze ouderbijdrage, in het geval dat de belanghebbende niet daadwerkelijk een beroep kan doen op de kinderbijslag. Voor de vraag of een kind wordt gezien als een ten laste komend kind, is bepalend of belanghebbende aanspraak op kinderbijslag kan maken ten aanzien van betreffend kind (artikel 4 onder e PW). Voor het recht op kinderbijslag bij uit huis geplaatste kinderen is het van belang dat de ouder kan aantonen dat hij het kind in belangrijke mate onderhoudt. Wil er sprake zijn van in belangrijke mate onderhouden dan zal normaliter slechts worden gekeken naar het inkomen van het kind. Als dit beneden een bepaald bedrag blijft, dan wordt aangenomen dat het kind in belangrijke mate wordt onderhouden. In niet-reguliere gevallen wordt naast het inkomen van het kind ook gekeken naar de daadwerkelijke onderhoudskosten. De LBIO-bijdrage maakt deel uit van de onderhoudskosten. Als deze bijdrage echter te laat wordt betaald, dan telt het niet mee als onderhoudskosten. Niet-betaling kan dus leiden tot het verlies van het recht op kinderbijstand. Het alsnog betalen van de LBIO-bijdrage kan het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht herstellen. Indien de bijdrageplichtige ouder aantoont dat hij/zij een periodieke bijstandsuitkering ter voorziening in de kosten van levensonderhoud ontvangt naar de norm voor een alleenstaande, kan de bijdrage door het LBIO op nihil gesteld worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel