Gelet op jurisprudentie van de CRvB behoren de legeskosten i.v.m. de verlenging van de verblijfsvergunning tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, welke kosten in beginsel uit de bijstandsnorm dienen te worden voldoen.
Er bestaat in beginsel geen recht op bijzondere bijstand voor de kosten van verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning, omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Afwijzing dient daarom plaats te vinden op grond van artikel 35 lid 1 PW Dit betekent dat voor deze kosten normaliter geen bijzondere bijstand wordt verstrekt, tenzij sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in art. 35 PW.
Indien de bijstandsverzoeker een beroep doet op de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden, dan zal de gemeente moeten onderzoeken of in het voorliggende geval sprake is van zodanige feiten en omstandigheden dat reservering vooraf dan wel het afsluiten van een lening voor die kosten niet mogelijk is. Indien vervolgens blijkt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, dan kan de gemeente, rekening houdend met de individuele omstandigheden, bijzondere bijstand in deze kosten verlenen.
Het niet hebben kunnen reserveren en het niet af kunnen sluiten van een lening voor deze kosten, kan een bijzondere omstandigheid zijn. De bijstand wordt in beginsel “om niet” verstrekt, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 48, tweede lid PW. De draagkracht op grond van het vermogen voor deze kostensoort bedraagt 100% van het saldo op de rekening(en) van de aanvragen minus de voor aanvrager bijstandsnorm inclusief vakantietoelage. Voor de legeskosten van een eerste verblijfsvergunning bestaat nooit recht op bijzondere bijstand gelet op artikel 11 lid 2 en 3 PW.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1