Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van individuele voorzieningen (verwijzend naar art. 3.3 verordening)

Onderdeel van Nadere regeling bij verordening jeugdhulp Aalsmeer 2018

Wanneer de afwegingsfactoren en criteria (zoals vermeld in de verordening) hebben geleid tot het toekennen van specialistische jeugdhulp, wordt nader gespecificeerd welk soort hulp benodigd is en volgt indeling in een ondersteuningsprofiel. Er zijn 11 ondersteuningsprofielen: jeugdige met psychosociale problemen en problematische relaties tussen ouders (profiel 1). jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen en ouders die problemen ervaren met opvoeden (profiel 2). jeugdige met ouders met een ziekte of beperking (profiel 3). jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en/of psychiatrische problemen met ouders met psychi(atri)sche problemen (profiel 4). jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen door kindfactoren (psychiatrisch en/of somatisch) (profiel 5). jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en psychiatrische problemen binnen multi-probleemgezinnen (profiel 6). jeugdigen met een verstandelijke beperking (profiel 7). jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen met een beneden gemiddelde intelligentie (profiel 8). jeugdige met een lichamelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel (profiel 9). jeugdige van 0 - 6 jaar en zijn/haar gezin, die gezien hun leeftijd en de complexiteit van de problematiek specifieke kennis, procesdiagnostiek en specifieke ouder/kind interventies behoeven (profiel 10). jeugdige en gezin die in een crisissituatie terecht zijn gekomen (profiel 11). Een jeugdige ontvangt één individuele voorziening binnen één ondersteuningsprofiel. De jeugdhulpaanbieder zorgt ervoor dat eventueel benodigde aanvullende hulp (bijvoorbeeld uit een ander profiel) ook wordt geboden. Hij kan in dat geval andere aanbieders inschakelen. Jeugdigen binnen één gezin kunnen ieder een individuele voorziening met een eigen ondersteuningsprofiel ontvangen. De zwaarte van de hulpvraag wordt uitgedrukt in intensiteit. Het lokale team geeft een zwaarwegend advies aan de aanbieder en bepaalt de intensiteit van de hulp. Er zijn 4 intensiteiten: Perspectief. Deze intensiteit is gericht op ontwikkeling en het oplossen van de problematiek. De hulp is meestal kortdurend en minder intensief van aard. Intensief. Deze intensiteit is gericht op het stabiliseren van de problematiek. Duurzaam licht. Deze intensiteit is gericht op consolideren, het leren leven met de beperkingen die er zijn. De hulp is langdurig maar niet heel intensief. Duurzaam zwaar. Deze intensiteit is gericht op consolideren, het leven met de beperkingen die er zijn. De hulp is langdurig, vaak chronisch en intensief.

Rechtspraak bij dit artikel