In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
College:
het college van burgemeester en wethouders van
Vlissingen;
b.
Begraafplaatsen:
1.de Noorderbegraafplaats aan de President
Rooseveltlaan;
2.de algemene begraafplaats aan de Molenweg te
Oost-Souburg;
3.de algemene begraafplaats aan de
Zuidwateringstraat te Ritthem;
4.de Joodse begraafplaats aan de Vredehoflaan;
c.
Graf:
een zandgraf;
d.
Asbus:
een bus ter berging van as van een overledene;
e.
Urn:
een voorwerp ter berging van een of meer
asbussen;
f.
Particulier graf:
een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of
rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
tot:
1.het doen begraven en begraven houden van
lijken;
2.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen
met of zonder urnen;
3.het doen verstrooien van as.
g.
Algemeen graf:
een graf bij de gemeente in beheer waarin
gelegenheid wordt
geboden tot het doen begraven van lijken;
h.
Particulier urnengraf:
een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of
rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
tot:
1.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen
met of zonder urnen;
2.het doen verstrooien van as.
i.
Particuliere urnennis:
een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of
rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen
met of zonder urnen;
j.
Verstrooiingsakker:
een plaats waarop as wordt verstrooid;
k.
Gedenkplaats:
een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of
rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om
overledenen te gedenken;
l.
Grafbedekking:
gedenkteken en grafbeplanting op een graf;
m.
Beheerder:
de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
van de begraafplaatsen of degene die hem
vervangt;
n.
Houder van de
begraafplaats-administratie:
de ambtenaar die belast is met het voeren van de
administratie van de gemeentelijke
begraafplaatsen;
o.
Rechthebbende:
natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
uitsluitend recht is verleend op een particulier
graf, een particulier urnengraf of een gedenkplaats,
dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden
in diens plaats te zijn getreden;
p.
Gebruiker:
natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen
graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze
geacht kan worden in diens plaats te zijn
getreden.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2010