Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor
het bouwen is verleend mag - onverminderd het in de voorwaarden van de b
een omgevingsvergunning voor het bouwen bepaalde - niet worden begonnen
alvorens door of namens het bevoegd gezag voor zover nodig:
het straatpeil is aangegeven;
de rooilijnen en/of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn
uitgezet.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Het uitzetten van de bouw
Onderdeel van Bouwverordening 13e serie wijzigingen