Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 26

Ruiming, bezorging en overblijfselen en as

Onderdeel van Beheersverordening algemene begraafplaats Zandvoort

1.. Het voornemen van het college om een graf/urnennis te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf/urnennis geruimd zal worden, op een bij het te ruimen graf/urnennis te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf, urnennis aan hen bekend is. In dat geval stellen zij belanghebbende uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis. 2.. De bij de ruiming van het graf, urnennis nog aanwezige overblijfselen van stoffelijke overschotten worden begraven en de bij ruiming van de as wordt deze verstrooid op één van de daartoe bestemde afgesloten gedeelten van de begraafplaats. 3.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn de beheerder schriftelijk verzoeken bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen de beheerder vragen om deze ter beschikking te houden voor herbegraven of verstrooiing elders. 4.. De rechthebbende op een eigen graf, urnennis kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.

Rechtspraak bij dit artikel