Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Opgravingen en ruimen

Onderdeel van Beheersverordening algemene begraafplaats Zandvoort

1.. De overblijfselen van overledenen en kisten in algemene graven kunnen na verloop van tien jaren na de laatste begraving worden geruimd, gelet op artikel 31 van de wet op de lijkbezorging. 2.. Met betrekking tot huurgraven geschiedt een ruiming, na tien jaren na de laatste begraving, indien; - de huur niet verlengd wordt, de rechthebbende afstand van het graf doet, er geen overschrijving van het graf heeft plaatsgevonden, zie artikel 17 lid 4 van de beheersverordening. 3.. Deze overblijfselen worden in een afgesloten gedeelte op de begraafplaats begraven, tenzij de rechthebbende op een grafruimte die overblijfselen op zijn kosten opnieuw in een gesloten kist in dezelfde dan wel in een andere grafruimte wil doen begraven, zulks ter beoordeling van het college. 4.. Met betrekking tot urnennissen geschiedt een ruiming, na twintig jaren na de laatste bijzetting, indien; de huur niet verlengd wordt, de rechthebbende afstand van de urnennis doet, er geen overschrijving van het graf heeft plaatsgevonden, zie artikel 17 lid 4 van de beheersverordening. 5.. Deze overblijfselen worden verstrooid op het strooiveld van de begraafplaats, tenzij de rechthebbende op een urnennis die overblijfselen op zijn kosten opnieuw in een zelfde dan wel in een andere urnennis wil doen bijzetten, zulks ter beoordeling van het college. 6.. Het opgraven van stoffelijke resten en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. 7.. Een opgraving vindt plaats door of vanwege de gemeente, op verzoek van een natuurlijk of rechtspersoon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel