Na vaststelling van de agenda vindt het vragenhalfuur voor raadsleden plaats. In bijzondere gevallen kan de voorzitter in overleg met de vergadering bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter kan per vergadering het tijdstip van het einde van het vragenhalfuur bepalen.
Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter.
Het onderwerp en de vragen dienen het algemeen belang te raken, importantie te bevatten en actueel te zijn.
De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende acht aangegeven, als de vragen niet voldoen aan de in het derde lid gestelde criteria of indien het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur voor raadsleden aan de orde worden gesteld.
De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college en de overige leden bepalen.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan de andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk III
Artikel 18
Vragenhalfuur voor raadsleden
Onderdeel van Reglement van Orde voor de Raad 2012