Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III › Paragraaf 2

Artikel 20

Handhaving orde; schorsing

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Beek

1.. Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.. Indien een lid zich een beledigende of onbetamelijke uitdrukking veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij/zij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem/haar gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4.. In geval van sluiting van een vergadering om bovenstaande redenen stelt de voorzitter in overeenstemming met art. 7 RvO de raad in kennis van een eventuele plaatsvervangende vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel