**1..** Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt;
een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
**2..** Indien een lid zich een beledigende of onbetamelijke uitdrukking veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij/zij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem/haar gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
**3..** De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
**4..** In geval van sluiting van een vergadering om bovenstaande redenen stelt de voorzitter in overeenstemming met art. 7 RvO de raad in kennis van een eventuele plaatsvervangende vergadering.
HOOFDSTUK III › Paragraaf 2
Artikel 20
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Beek