Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 16a.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Harderwijk 2018

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2.. De bijdrage in de kosten voor een voorziening in de vorm van een pgb is verschuldigd tot het als pgb verstrekte bedrag; 3.. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.. Voor alle categorieën personen, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt de bijdrage, vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2 of 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 5.. In afwijking van het bepaalde in lid 4 geldt geen eigen bijdrage voor dagbesteding/Begeleiding Groep. 6.. In afwijking van het bepaalde in lid 4 stelt het college voor 1 januari van het volgende kalenderjaar vast dat het bedrag als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder a respectievelijk artikel 1 lid 1 onder c van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 eerste zin lager wordt vastgesteld de eigen bijdrage per vier weken niet meer bedraagt dan het uurtarief Hulp bij Huishouden maal het aantal daadwerkelijk geleverde uren Begeleiding individueel en/of Hulp bij Huishouden categorie twee of drie. 7.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 8.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het Centraal administratie kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd. 9.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel