Naar hoofdinhoud
1. . Het dagelijks bestuur zendt de kadernota voor 15 februari aan de deelnemende gemeenten. 2. . Bij het opstellen van de begroting voor het volgende jaar gelden de volgende uitgangspunten die zichtbaar worden aangegeven in de begroting: Het aantal verwachte SE’s wat overeenkomt met het bepaalde in artikel 3 lid 1 per 1 januari van het begrotingsjaar. Het totaal van begrote baten en lasten van de GR, exclusief de bijdragen van de deelnemende gemeenten. De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten, uitgesplitst per deelnemende gemeente volgens de verdeelsleutel naar rato van het aandeel SE’s zoals bedoeld onder sub a. Voor het vaststellen van het aantal SE’s wordt gebruik gemaakt van de administratie van de GR Reestmond. Deze is mogelijk niet gelijk aan de opgaven bij Panteia. Als het aandeel SE’s van een deelnemende gemeente als gevolg van niet natuurlijk personeelsverloop en of individuele wijzigingen in arbeidscontracten in het nieuwe begrotingsjaar daalt naar een aantal dat meer dan 15% lager is dan volgens de begroting van het voorgaande jaar, wordt dit apart benoemd in de begroting zodat het dagelijks bestuur met deze wijziging expliciet kan instemmen bij het vaststellen van de begroting en dit kenbaar is voor de gemeenteraden. Wanneer een deelnemende gemeente geen SE’s zoals bedoeld onder sub a. meer bij de GR heeft en er is geen uittredingsbesluit genomen, dan wordt voor de verdeelmaatstaf van de bijdragen een bedrag voor die deelnemende gemeente in de begroting opgenomen volgens een besluit van het dagelijks bestuur Alle kosten en opbrengsten worden zo realistisch mogelijk begroot. De gemeentelijke bijdrage zal worden begroot om op een resultaat neutrale begroting uit te komen. 3. . Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting voor 1 mei aan de deelnemende gemeenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel