Giften met een eenmalig karakter worden per jaar vrijgelaten, voor zover de giften niet meer bedragen dan de vrijstellingen op grond van artikel 33, eerste lid, onder 7 van de Successiewet 1956 € 2.129). Het in de Successiewet genoemde bedrag geldt voor de uitvoering beleidsregels ook voor gehuwden c.q. samenwoners.