Naar hoofdinhoud
Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp begroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De ontwerp begroting geeft inzicht in de operationele kosten en de te ontvangen inwonerbijdrage van de deelnemende gemeenten. Voor de berekening van de in het tweede lid bedoelde inwonerbijdrage wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. De ontwerpbegroting en -begrotingswijzigingen worden minimaal twee maanden voordat deze worden vastgesteld door het algemeen bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen of tot een afwijking van de bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten van financieel beleid, direct worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel