Naar hoofdinhoud
1.. Herfinanciering via een kredietverstrekker (niet zijnde een saneringskrediet) is een voorliggende voorziening. 2.. De minnelijke regeling is gebaseerd op het VTLB en een aflossing gedurende 36 maanden. 3.. De minnelijke schuldregeling komt alleen tot stand als alle schuldeisers akkoord zijn met het betalingsvoorstel. 4.. Privéschulden worden alleen meegenomen in de regeling als er bewijs is voor het bestaan van de schuld. 5.. De cliënt ondertekent het door de schuldhulpverlener opgestelde schuldenoverzicht en verklaart hiermee dat het overzicht compleet is en geen andere schulden te hebben. 6.. Als een schuldeiser niet akkoord gaat met het gedane voorstel, kan de schuldhulpverlener een dwangakkoord aanvragen bij de rechtbank. De schuldeiser kan door de rechtbank gedwongen worden alsnog akkoord te gaan met het voorstel. 7.. Een dwangakkoord moet samen met een verzoekschrift WSNP door de schuldhulpverlener bij de rechtbank ingediend worden. Als het dwangakkoord is afgewezen, neemt de rechtbank het verzoekschrift WSNP in behandeling. 8.. Door middel van een brief wordt zowel de cliënt als de schuldeiser(s) op de hoogte gesteld van het al dan niet slagen van de schuldregeling en het vervolgproces. 9.. Gedurende de regeling vindt jaarlijks een heronderzoek plaats en stuurt de schuldhulpverlener zo nodig bij op wijzigingen in de situatie van cliënt die gevolgen hebben voor de schuldregeling.

Rechtspraak bij dit artikel