Volgens artikel 44a, eerste lid, van de Drank- en Horecawet kan de burgemeester een bestuurlijkeboete aan een onderneming opleggen ter zake van overtreding binnen zijn gemeente van het bij ofkrachtens een aantal artikelen in de Drank- en Horecawet.
Voor alle overtredingen geldt dat wanneer het mogelijk is een bestuurlijke boete op te leggen, dit bij detweede en volgende constatering van een overtreding zal plaatsvinden.
De bestuurlijke boetes zullen worden opgelegd overeenkomstig het Besluit bestuurlijke boete DrankenHorecawet. Er wordt in het besluit onderscheid gemaakt tussen administratieve tekortkomingen ende overige geboden en verboden. Daarnaast is ervoor gekozen om voor overtreding van bepalingen
die speerpunten zijn van het alcoholbeleid een aparte categorie, met bijbehorend hoger boetetarief, teintroduceren. De bestuurlijk beboetbare overtredingen zijn derhalve ingedeeld in de volgendecategorieën:
administratieve tekortkomingen;
overige geboden en verboden;
speerpunten illegale exploitatie en overtreding leeftijdsgrenzen.
De hoogte van de boete zal voorts verschillen naar gelang de overtreding, of er sprake is van recidiveén het tijdvak waarbinnen de recidive plaatsvindt. Verder wordt onderscheid gemaakt naar de grootte
van de onderneming. Tot de kleine bedrijven worden bedrijven gerekend die op de dag waarop deovertreding is begaan, 49 of minder werknemers telden. Dit onderscheid is aangebracht omdatverwacht wordt dat het lage tarief voor grote bedrijven onvoldoende afschrikkend zal werken.
De boetes bedragen uiteenlopend tot maximaal € 1360,- voor de kleine ondernemers en maximaalvan € 2720 boete voor grotere ondernemers.
Ingeval van eenmalige recidive, binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van deveroordeling wegens een bepaald feit herhaling van datzelfde feit, worden deze bedragen verhoogdmet 50%. Bij meervoudige recidive (binnen twaalf maanden, na het onherroepelijk worden van de
veroordeling wegens een bepaald feit herhaling van datzelfde feit) worden deze bedragen verdubbeld.
Overigens kan geen bestuurlijke boete worden opgelegd als de overtreding een direct gevaar voor degezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft of het bedrag van de voorgeschrevenbestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch
voordeel. Dit kan evenmin als de burgemeester aan de ondernemer de bevoegdheid heeft ontzegdom zwak-alcoholische dranken te verkopen. Verder kan geen boete worden opgelegd als deburgemeester naar aanleiding van de overtreding is overgegaan tot het voornemen om de vergunningin te trekken. Hiermee wordt voorkomen, dat een boete en een intrekking van de vergunning
samenvallen. Een en ander is verwoord in artikel 44a, vierde lid, van de Drank- en Horecawet.
Hoofdstuk
Artikel 3
Bestuurlijke boete Drank- en Horecawet
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke handhaving Drank- en Horecawet, horeca en APV gemeente Gouda