Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is, of kan zijn, met het belang van de gemeente.
Het is de eigen verantwoordelijkheid van een bestuurder om melding te maken van al zijn nevenfuncties bij de griffier respectievelijk de gemeentesecretaris.
Bij de melding van de nevenfunctie dient de bestuurder in ieder geval te vermelden:
De omschrijving van de nevenfunctie;
De organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht;
Of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt;
Of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is;
De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris verwerkt de melding van de bestuurder en kan ten alle tijden de gegevens over nevenfuncties aanpassen. Jaarlijks zullen de griffier en de gemeentesecretaris gegevens over nevenfuncties inventariseren.
De kosten die een bestuurder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt worden vergoed door de betreffende instantie. Indien de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend hiervoor geen vergoeding toekent, wordt deze vergoeding van gemeentewege verstrekt.
Een bestuurder, zijnde een wethouder of burgemeester, die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Gedragscode bestuurlijke integriteit voor leden van de raad, wethouders en burgemeester