Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Criteria

Onderdeel van Beleidsregel Beschermd Wonen 2017

De centrumgemeente stelt binnen 6 weken vast of de betrokkene tot de doelgroep behoort waarvoor de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen bedoeld is. Dit gebeurt aan de hand van de volgende criteria: Lid 1 Beschermd Wonen wordt niet toegekend wanneer de problemen die de betrokkene ondervindt in het zich zelfstandig handhaven in de samenleving op te lossen zijn: Met een andere (voorliggende) voorziening, zoals Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet forensische zorg en/ of; Met op eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van andere personen uit het sociale netwerk, gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen, (para)medische zorg en/ of door extramurale begeleiding. Lid 2 Toelating tot Beschermd Wonen is aan de orde mits de volgende criteria cumulatief van toepassing zijn: Betrokkene is 18 jaar of ouder en kan zich niet zelfstandig handhaven in de samenleving. Dit is niet op te lossen door maatregelen zoals genoemd onder lid 1; Psychiatrische aandoening/ beperking is vastgesteld door een ter zake kundige (zoals een arts, psychiater, gz-psycholoog of verpleegkundig specialist); Intramurale behandeling voor de psychiatrische aandoening/ beperking is afgerond of staat niet meer op de voorgrond. Gebaseerd op de mogelijkheden van de betrokkene staat de op participatie gerichte ondersteuning vanuit de beschermende woonomgeving op de voorgrond; Noodzakelijk is verblijf in een instelling met daarbij behorende samenhangende ondersteuning: voortdurend in de nabijheid of 24 uur per dag toezicht en intensieve (on)geplande dagelijkse begeleiding; Betrokkene accepteert (op termijn) een begeleidings/ontwikkelingstraject dat met inachtneming van diens mogelijkheden gericht is op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Lid 3 Indien de centrumgemeente opvang nodig acht in het kader van spoed, conform artikel 2.3.3 van de Wmo 2015, voor de veiligheid van belanghebbende welke reeds in het bezit is van een indicatie beschermd wonen is het mogelijk om betrokkene in ieder geval voor de duur van het onderzoek naar een definitieve plaatsing op te vangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel